De afgelopen periode is er hard gewerkt aan het gebruiksvriendelijker maken van Uniec 3. De nieuw toegevoegde features zijn op verzoek van vele Uniec 3 gebruikers toegevoegd. Hieronder een overzicht met een korte toelichting van de doorgevoerde verbeteringen.

Bouwwijze – gemiddelde specifieke interne warmtecapaciteit (vanaf versie 3.4)

In ISSO 82.1 / 75.1 paragraaf 7.2.3 staat het volgende beschreven: “Indien er in de rekenzone verschillen zijn in de specifieke interne warmtecapaciteit, en er volgens paragraaf 6.5 geen opdeling noodzakelijk is, moet je een oppervlakte-gewogen inschatting maken van de gemiddelde specifieke interne warmtecapaciteit van de totale rekenzone.”

In Uniec 3 kon deze toelichting niet goed toegepast worden omdat er geen invoer mogelijkheid was voor een eigen waarde invoer van de gemiddelde specifieke interne warmtecapaciteit (DM;int;eff;zi). Vanaf versie 3.4 kan nu ook gekozen worden voor ‘eigen waarde Dm;inf;eff – tabel 7.10’. Tabel 7.10 verwijst naar de NTA 8800. In de ISSO publicaties is dit tabel 7.4.

Beschaduwing eigen waarde

De NTA 8800 kent uitsluitend eenvoudige vormen van beschaduwing. Bij combinaties van verschillende vormen van beschaduwing moet al snel voor ‘overige belemmering’ gekozen worden. Dat resulteert in een ongunstige waardering.

Op verzoek van EP specialisten is het nu mogelijk gemaakt om eigen beschaduwingsreductie factoren (Fsh;obst;mi) in te voeren. Deze factoren moeten dan bepaald worden volgens NEN 5060. NTA 8800 paragraaf 17.3.8 geeft een uitleg hoe deze factoren aan de hand van de NEN 5060 bepaald moeten worden. Deze invoer methodiek is toegevoegd voor ramen, zonneboilers en PV.

Zoals uit onderstaand voorbeeld blijkt moeten de beschaduwingsreductie factoren per maand ingevoerd worden. Tevens is er een aparte factor voor de warmte- en voor de koelbehoefte. Dit resulteert in 24 invoerparameters.

Boosters

In de afgelopen jaren zijn er 3 verschillende soorten boosters op de markt verschenen. Alle boosters onttrekken warmte uit het verwarmingssysteem om hiermee warm water te maken. De manier waarop verschilt als volgt:

  1. Boosterwarmtepompen: deze warmtepompen verwarmen warm tapwater in een voorraadvat waarbij de warmtepomp zijn warmte onttrekt uit het verwarmingssysteem.
  2. Booster afleversets: dit type afleversets bestaat uit een warmtewisselaar in combinatie met een elektrische naverwarming. Deze afleversets worden gebruikt als het aangevoerde warmte water te laag van temperatuur is om veilig sanitair warm water te maken. Het elektrische element zorgt dan voor naverwarming naar bijvoorbeeld 65 graden.
  3. Warmtepompen op binnenlucht: dit type booster is feitelijk een warmtepomp op ventilatieretourlucht. Het verschil is dat dit toestel niet is aangesloten op een kanalenstelsel. De lucht wordt uit de ruimte aangezogen en gebruikt voor het verwarmen van het voorraadvat. De afgekoelde lucht wordt weer de woning in teruggeblazen. Hierdoor wordt de woning afgekoeld. In het stookseizoen moet het verwarmingssysteem hierdoor meer warmte gaan leveren. Omdat de warmte in dit geval indirect ook geleverd wordt door het verwarmingssysteem is er ook hier sprake van een booster.

Alleen voor boosterwarmtepompen bestaat er een forfaitair rendement. De andere 2 toestellen kunnen alleen met een verklaring toegepast worden. Tevens zijn sommige randvoorwaarden bij deze 3 toestellen verschillend. Om deze reden is er bij de keuze voor ‘boosters – elektrisch’ in Uniec 3 een extra invoerparameter toegevoegd namelijk ‘type booster’ waarbij één van de bovenstaande 3 keuzes gemaakt moet worden.

De booster afleverset en warmtepomp op binnenlucht kunnen nu niet meer forfaitair gecombineerd worden. Tevens is het nu mogelijk geworden om ‘warmtepompen op binnenlucht’ te combineren zonder watergevuld verwarmingssysteem. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een combinatie van een Atag Energion Lydos Hybrid in combinatie met lucht-lucht warmtepompen voor ruimteverwarming.

Ventilatie WTW systemen

Bij ventilatie zijn er 2 aanpassingen gedaan om nauwkeuriger D systemen met WTW in te voeren.

Allereerst is het mogelijk gemaakt om een forfaitaire ventilatieregeling te combineren met een productspecifieke WTW unit.

Ten tweede zijn er verklaringen van collectieve ventilatieregelingen waarbij het te gebruiken WTW systeem niet vastligt. Deze verklaringen konden niet in Uniec 3 opgenomen worden omdat dit systeem niet met een vast WTW rendement gecombineerd wordt. Het betreft de verklaringen van Hiensch Cera, Zehnder ComfoVar Aero en Ned Air Skyflow.

Deze verklaringen zijn nu toegevoegd in Uniec 3. Na selectie van de productspecifieke systeemvariant kan een separaat gekozen worden welk WTW systeem gebruikt moet worden.

Resultaten woongebouwen per appartement

In Uniec 3 worden op de verschillende formulieren deelresultaten gegeven (bijvoorbeeld warmtebehoefte, COP, fractie, hulpenergie, etc). Bij woongebouwen konden deze deelresultaten echter niet per appartement ingezien worden. Deze functie is nu toegevoegd op dezelfde manier als bij projectwoningen.

Linksboven is een dropdown toegevoegd. Deze staat standaard op ‘hele gebouw’. In dat geval worden bij de deelresultaten die van het hele gebouw getoond. Met het dropdown menu kan echter elk appartement in het woongebouw geselecteerd worden. In dat geval worden in het grijze kader de resultaten van het geselecteerde appartement getoond en zijn de deelresultaten op alle formulieren ook van het geselecteerde appartement.

Deze functie is vooral handig om de warmte- en koudebehoefte van individuele appartementen te bepalen bijvoorbeeld in het incidentele geval dat een verklaring (nog) niet in Uniec 3 is opgenomen.

Rapportage opties

Nadat in Uniec 3 gekozen is voor ‘rapportage’ komt een venster waarin geselecteerd kan worden wat wel en niet in de rapportage opgenomen moet worden:

  1. er kan aangegeven worden of de bouwkundige bibliotheek, verklaringen en informatievelden wel of niet aan de rapportage toegevoegd moeten worden
  2. in plaats van een volledige rapportage kan ook uitsluitend het formulier ‘resultaten energieprestatie’ of ‘resultaten overzicht’ gedownload worden
  3. bij appartementengebouwen en projectwoningen kan een rapport per appartement of woning gedownload worden.