Afmelden bij omgevingsvergunning – echt nodig?

By 17 november 2020nieuws

Per 1 januari 2021 wordt de NTA 8800 van kracht. Dit betekent dat een energieprestatie berekening niet langer een EPC-eis heeft, maar BENG-eisen. Maar er wijzigt meer. Zo moeten bedrijven gecertificeerd en adviseurs gediplomeerd zijn om een energieprestatie berekening op te stellen. Daarnaast moeten alle energieprestatie berekeningen geregistreerd worden bij RVO (ook wel afmelden bij RVO genoemd).

Maar waar staat eigenlijk dat certificering, diplomering en registratie bij RVO verplicht wordt?

In de Regeling Bouwbesluit 2012 komt per 1 januari 2021 in artikel 3.6 te staan dat een berekening van de energiebehoefte, primair fossiel energiegebruik en het aandeel hernieuwbare energie (de 3 BENG indicatoren) plaatsvindt door een BRL 9500 detailopname gecertificeerd bedrijf met BRL 9501 geattesteerde software.

Een energieprestatieberekening t.b.v. omgevingsvergunning mag dus alleen door een BRL 9500 gecertificeerd bedrijf plaatsvinden. In de BRL 9500 staan o.a. de volgende onderdelen:

  • Artikel 3.1 verplicht dat bij zowel vergunningsaanvraag als oplevering een detailmethode berekening gemaakt wordt. Bij appartementengebouwen moet er een berekening per gebouw en een berekening per appartement gemaakt worden.
  • Artikel 4.1 geeft aan dat een berekening alleen opgesteld mag worden door een vakbekwaam adviseur. Bijlage 2b specificeert dat de vakbekwaamheid aangetoond wordt door een Bewijs van Vakbekwaamheid (het diploma)
  • Artikel 4.3 geeft aan dat één van de verplichte werkzaamheden registratie bij vergunningsaanvraag en oplevering is. In paragraaf 4.3.5 wordt toegelicht dat “registratie” het registreren in de RVO database is.

Gemeentelijke ambtenaren zullen moeten controleren of aan bovenstaande voorwaarden is voldaan wanneer een energieprestatie berekening wordt ingediend voor omgevingsvergunning via het omgevingsloket. De eenvoudigste manier waarop zij bovenstaande voorwaarden kunnen controleren is aan de hand van de registratie bij RVO, want voor een succesvolle registratie bij RVO moet in ieder geval:

  • de berekening aangeleverd worden door een gecertificeerd bedrijf
    (dit kan een koepelorganisatie zijn, zie onze FAQ)
  • de berekening gemaakt worden door een gediplomeerd adviseur
    (dit wordt gecheckt via eHerkenning, zie ons nieuwsbericht daarover)
  • de berekening gemaakt worden in BRL 9501 geattesteerde software
    (dat is Uniec 3, zie ons attest)

Als er een RVO registratie gedaan is, weet het bevoegd gezag dus dat aan alle voorwaarden vanuit de Regeling Bouwbesluit 2012 wordt voldaan. Verder weet de ambtenaar dat de berekening valt onder de kwaliteitsborging van de BRL 9500 met interne audits en externe audits door de Certificerende Instelling. Hiermee weet de controlerend ambtenaar dat de berekening door een vakbekwame adviseur is opgesteld en steekproefsgewijs door experts wordt gecontroleerd. Het ligt dus voor de hand dat een dergelijke berekening eenvoudig goedgekeurd zal worden.

De registratie bij RVO kan eenvoudig vanuit Uniec 3 gedaan worden. Daarvoor bouwen wij momenteel een koppeling met de RVO database. Na een geslaagde registratie zal het registratienummer van RVO op de rapportage vermeld worden. Op die manier kan Bouw- en Woningtoezicht eenvoudig op het energieprestatie rapport zien of de berekening geregistreerd staat bij RVO en kan men dat desgewenst zelf nakijken met het verstrekte nummer in de EP-online database.

Bij oplevering van een nieuw gebouw moet er opnieuw een registratie bij RVO gedaan worden. Deze registratie kan pas gedaan worden nadat een vakbekwaam adviseur het gebouw geïnspecteerd heeft en bewijslast verzameld heeft. Het resultaat van deze registratie is een energielabel, dat benodigd is voor de verhuur of verkoop van het gebouw.

Is het voldoende om alleen de maatgevende woningen uit een project te berekenen en registreren?

Artikel 4.2 van de BRL 9500 gaat in op berekeningen van gelijkende woningen. Dit artikel zegt:

Als een woning niet te veel afwijkt van een andere woning, dan kan gebruik worden gemaakt van ‘representativiteit’. Dit betekent dat een energieprestatie-rapport voor de woning kan worden afgegeven op basis van het energieprestatie-rapport van de ‘andere’ woning, zijnde de referentiewoning.

Of een woning voldoende gelijkend is, c.q. niet te veel afwijkt, en de overige voorwaarden waaronder representativiteit mag worden gebruikt wordt beschreven in hoofdstuk 17 van ISSO publicatie 82.1.

Representativiteit is iets anders dan de maatgevende woningen berekenen. In ISSO 82.1 worden de voorwaarden voor representativiteit uiteen gezet. Kort samengevat komt dit erop neer dat een woning alleen representatief voor een andere woning kan zijn als:

  1. de 2 woningen volledig identiek zijn (inclusief oriëntatie)
  2. de 2 woningen zo goed als identiek zijn. Er is 1 afwijking toegestaan, die afwijking kan zijn:
    • bouwkundig: minimale afwijking in de schil (berekenen via de formule in ISSO 82.1 paragraaf 17.1 en 17.2)
    • oriëntatie: afwijking mag alleen binnen de oriëntatieklasse (N, NO, O, ZO, Z, ZW, W, NW, HOR), dus in feite is alleen een afwijking van een paar graden toegestaan die je niet in de berekening terug kan zien
    • installaties: een CV-ketel met een andere klasse (bijv. HR107 ketel en HR104 ketel). Dit betreft uiteraard de bestaande bouw en betekent voor nieuwbouw dat er geen enkele afwijking op installaties mag zijn

Uit bovenstaande blijkt dat het niet voldoende is om alleen maatgevende woningen te berekenen en registreren voor omgevingsvergunning. Iedere woning uit het project moet geregistreerd worden bij RVO. In sommige gevallen kan gebruik gemaakt worden van representativiteit om deze registratie te vereenvoudigen. In Uniec 3 maken wij het mogelijk om aan te geven of een registratie plaatsvindt op basis van representativiteit.